Baby en voeding
1. Inleiding
2.1 Bijvoeding hoeft nog niet
2.2 Noodzakelijke aanvullingen bij borst- en flesvoeding
2.3 Wennen aan elkaar
3. Borstvoeding, een natuurlijke voeding
3.1 Voorbereiding en verzorging
3.2 De eerste dagen
3.3 Wanneer krijgt de baby genoeg?
3.4 De voeding op peil houden
3.5 Afkolven en de moedermelk bewaren
3.6 Moedermelk veilig invriezen en opwarmen
3.7 Verzorgingstips en veilig afbouwen
3.8 Verontreinigingen in de borstvoeding
4.1 Onmisbare voedingsstoffen
4.2 Eten zonder vlees
4.3 Wat kunt u drinken als u voedt?
4.4 Voeding waar de baby last van kan krijgen
5. Flesvoeding
5.1 Onvolwaardige flesvoeding
5.2 Een plezierige houding
5.3 Hoe vaak moet u voeden?
5.4 Flesvoeding bereiden
5.5 Flessen en spenen
5.6 Flessen uitkoken
5.7 Flesvoeding verwarmen
6. Van bijvoeding naar voeding
6.1 Het fruithapje
6.2 Het groentehapje
6.3 Groentebereiding
6.4 De eerste maaltijd
6.5 Papvoeding
6.6 Graanproducten
6.7 Melkproducten
6.8 De introductie van vlees of kaas
6.9 De bereiding van vlees
7. Veel voorkomende maag-darmproblemen
7.1 Voedselallergie
7.2 Voorkomen is beter dan genezen
1. Inleiding
De eerste zes maanden heeft uw baby voldoende aan de borst- of flesvoeding. Daarna gaat het stapsgewijs over op steviger voeding. In dat eerste jaar worden smaak en voedingsgewoonten al een beetje gevormd. Op deze pagina vindt u daarom informatie over babyvoeding en goede voedingsgewoonten.
Tijdens een voorspoedige zwangerschap krijgt de baby alles wat nodig is. De laatste drie maanden gaat de baby echter iets meer voeding opnemen dan noodzakelijk is. Hij of zij maakt een overlevingspakketje met voedingsstoffen. Die voedingsstoffen zorgen ervoor dat een kind de eerste dagen na de geboorte niet veel nodig heeft. Een voorraadje vet zorgt de eerste weken voor wat extra warmte. Zo’n kleintje is dus minder kwetsbaar dan het eruit ziet. In het eerste levensjaar presteert het iets dat geen volwassene een baby nadoet. Een kind groeit dan (gemiddeld) liefst 25 centimeter en wordt twee tot driemaal zo zwaar als bij de geboorte.
2. Keuze tussen borst en fles
Waarschijnlijk bent u al voor de geboorte bezig geweest met de vraag 'wat geef ik straks'. Het is niet makkelijk om dat voor de bevalling precies uit te stippelen.
Bij deze keuze spelen vele overwegingen een rol. Borstvoeding blijft de meest natuurlijke voeding. Borstvoeding is compleet, hygiënisch, milieuvriendelijk, goedkoop en altijd beschikbaar op de juiste temperatuur. Deze voeding vermindert de kans op infecties. Een baby met aanleg voor allergie zal daar minder last van krijgen als hij moedermelk krijgt. Voor vrouwen die flesvoeding kiezen is uitgebalanceerde zuigelingenvoeding verkrijgbaar.
Een kind voeden is de makkelijkste manier om contact te krijgen en aan elkaar te wennen. En liefde en aandacht heeft een kind net zo goed nodig om te kunnen groeien. Daarom is het belangrijk dat u een keus maakt die bij uw situatie past.
Klik voor meer informatie over borstvoeding en flesvoeding.
2.1 Bijvoeding hoeft nog niet
De eerste zes maanden is een kind echt 'zuigeling'. Als een baby goed groeit, is bijvoeding beslist niet nodig. Dat betekent niet dat het niet mag. Een baby van vijf maanden kunt u in overleg met de consultatiebuhireau arts wat vruchtensap of gezeefde groente geven.
De behoefte om een zuigeling toch een 'hapje' te geven heeft veel te maken met emoties. Veel ouders vinden het leuk of gezellig. Als de moeder borstvoeding geeft, is dit hapje een voeding die vader of oma kan geven. Zolang het groente- of fruithapje in overleg met de arts wordt gegeven, is er weinig op tegen.
Tip: Baby's uit gezinnen waarin allergische ziekten als astma, eczeem, hooikoorts of voedselallergie voorkomen, kunnen de eerste zes maanden beter geen bijvoeding krijgen. Klik voor meer informatie over voedselallergie.
2.2 Noodzakelijke aanvullingen bij borst- en flesvoeding
De flesvoeding met 'volledige zuigelingenvoeding' bevat alle vitamines en mineralen die de baby nodig heeft. Het is alleen verstandig om zo snel mogelijk wat fluoride bij te geven. Kinderen die borstvoeding krijgen, hebben naast fluoride ook extra vitamine D en K nodig.
Vitamine D is nodig voor de opbouw van botten en gebit. Dit vitamine wordt, met behulp van zonlicht, voor een belangrijk deel door het lichaam zelf aangemaakt. Jonge kinderen hebben echter zoveel vitamine D nodig, dat aanvulling noodzakelijk is. Bij borstvoeding moet u na twee weken met extra vitamine D beginnen. Een baby van zeven maanden die bijvoeding en minstens een halve liter 'opvolgmelk' per dag krijgt, heeft geen extra vitamine D nodig. Een wat oudere baby die gewone melk krijgt, heeft wel extra vitamine D nodig. Extra vitamine A hebben gezonde zuigelingen niet nodig. Als u uw kind echte liever AD-druppels dan D-druppels geeft, mag dat.
Vitamine K is nodig voor een goede bloedstolling. Tegenwoordig krijgt iedere baby dan ook direct na de geboorte wat vitamine K toegediend. Als de baby daarna voornamelijk borstvoeding krijgt, heeft hij de eerste drie maanden extra vitamine K nodig.
Fluoride helpt bij de opbouw van het gebit. U kunt hier het best mee beginnen als de baby een paar weken is. De baby heeft zeker fluoride nodig als u met bijvoeding begint. Het eerste jaar is een tabletje per dag voldoende. Het tabletje kunt u fijnmaken en met een lepeltje water, melk of sap geven.
Tip: Doseer extra vitamines altijd in overleg met een arts.
2.3 Wennen aan elkaar
De ene baby is de andere niet. Het is dan ook onmogelijk om een voedingsschema te ontwerpen dat bij alle baby’s past. Er zijn hooguit wat vuistregels. De meeste kleintjes drinken de eerste weken nog onregelmatig. Een kind kan om de twee of drie uur 'komen' maar ook opeens veel langer slapen. Na zes weken beginnen sommige baby’s door te slapen en na acht weken hebben veel kinderen genoeg aan vijf voedingen. Een kind geeft vaak heel goed aan wat het wil. Als u daarop inspeelt, ontstaat er vanzelf een bepaalde regelmaat. U merkt dan ook dat de baby op een gegeven moment meer tijd tussen de voedingen neemt en zo een voeding gaat overslaan. Zolang uw kind goed groeit, kunt u het best voeden wanneer het kind daarom vraagt.
En zolang u de voeding aanpast in nauw overleg met het consultatiebureau, kan er echt niet veel mis gaan.
Voor bijvoeding gelden net zo min harde regels. Het ene kind van vijf maanden zal u de happen uit de mond kijken, terwijl het andere kind nog niet naar vast voedsel taalt. Als uw kind eraan toe is, kunt u in overleg met de arts beginnen met een fruit- of groentehapje.
Dit hapje wordt langzaam uitgebreid tot een warme maaltijd. Ook pap komt nu op het menu te staan. Het tempo waarmee een kind overstapt op vast voedsel, is niet voor ieder kind hetzelfde. Maar de meeste kleintjes eten bijna helemaal 'met de pot mee' als ze een jaar zijn.
3. Borstvoeding, een natuurlijke voeding
Moedermelk is altijd aanwezig, goedkoop en altijd op de juiste temperatuur, is hygiënisch en vermindert de kans op infectieziekten. Een baby met allergische aanleg zal minder klachten krijgen als hij borstvoeding krijgt. Het eerste halfjaar levert moedermelk zo goed als alle nodige voedingsstoffen. Als aanvulling heeft de baby alleen vitamine D, vitamine K en fluoride nodig.
Moedermelk is helemaal aangepast aan de behoeften van het kind. En omdat de baby stevig moet zuigen om de melk uit de borst te krijgen, worden de kaak- en mondspieren goed ontwikkeld. De borst heeft nu eenmaal geen gaatjes die u groter of kleiner kunt draaien. Ook trekt de baarmoeder door het voeden samen. Hierdoor komt zij sneller in de oude vorm terug.
Er zijn natuurlijk ook nadelen. U kunt het voeden niet makkelijk uit handen geven en u moet uw eigen voeding en conditie wat scherper in de gaten houden.
Tip: Als u borstvoeding wilt gaan geven, kunt u hier het best al tijdens de zwangerschap over praten met de verloskundige, arts of kraamverpleegkundige.
3.1 Voorbereiding en verzorging
Borstvoeding is fijn als moeder en kind ervan genieten. Pijnlijke tepels zullen dat plezier in de weg staan. Tijdens de zwangerschap kunt u de borsten voorbereiden door ze ’s morgens en ’s avonds te wassen met koud water en ze te drogen met een rulle handdoek. Hierdoor wordt de huid van de tepels steviger.
De laatste twee maanden voor de bevalling kunt u met een eenvoudige massage beginnen. Trek een paar keer per dag de tepels tussen duim en wijsvinger naar buiten en houd ze even vast. Als u erg platte of ingetrokken tepels hebt, kunt u de huisarts of verloskundige advies vragen. Er zijn namelijk speciale borstglazen die u de laatste weken voor de geboorte een paar maal per dag een tijdje kunt dragen in uw beha.
Al tijdens de zwangerschap worden de melksysteempjes actief. Het is heel normaal als de borsten al voor de geboorte melk gaan lekken. Als de tepels echter constant vochtig zijn, wordt de huid erg week. Probeer ze dan ook zo droog mogelijk te houden. Er zijn inlegdoekjes te koop, maar ook (gestreken) zakdoeken voldoen uitstekend. Materiaal dat plastic bevat kan echter gaan ’broeien'.
Tip: Goede beha's die nergens knellen zijn nu geen overbodige luxe. U kunt beter geen wasverzachter gebruiken. Dit kan de huid irriteren.
3.2 De eerste dagen
U hoeft zich geen zorgen te maken als de voeding niet meteen ruim 'toeschiet'. De eerste dagen zijn 'oefendagen'. Dan kunt u rustig uitzoeken hoe u het meest ontspannen voedt en hoe u de baby het beste aanlegt. Het is alleen wel verstandig om houdingen eens af te wisselen want zo stimuleert de baby verschillende melksysteempjes.
Wanneer u de baby om de twee of drie uur even aanlegt en aan iedere borst een minuut of vijf laat drinken, zal de voeding meestal vanzelf op gang komen. Net na de bevalling, de tweede of derde dag, kan er stuwing ontstaan. Voor de voeding wat melk uit de borst masseren, voorkomt dat de baby niet goed kan toehappen. Strijk de tepel eerst zachtjes langs de onderlip. De baby zal dan vanzelf 'happen'. Het zuigen lukt het best wanneer de baby de tepel en het grootste deel van de tepelhof in het mondje krijgt. Zorg dat het kinnetje tegen de borst aanligt. Dan blijft het babyneusje vrij om te ademen. En trek na de voeding de tepel liever niet weg, maar steek uw pink in de mondhoek. De baby laat dan vanzelf los.
Tip: In de kraamperiode komt er veel bezoek. Als u het onprettig vindt om in gezelschap te voeden, moet u dat zeker niet doen. Ongewenst publiek en ongevraagde adviezen kunnen iemand soms zo zenuwachtig maken dat het voeden niet meer goed lukt. Die eerste dagen kunnen de verloskundige of de kraamhulp u helpen bij het goed aanleggen. De kraamhulp kan ook voor een rustige sfeer zorgen.
Tip: Geef pasgeboren baby's geen fopspeen.
3.3 Wanneer krijgt de baby genoeg?
Als een kind voldoende groeit en zich goed ontwikkelt, is dat een teken dat het voldoende voeding krijgt. De eerste weken heeft een kind zes tot acht voedingen per etmaal nodig. Na een vier tot acht weken worden dat gemiddeld vijf voedingen. Een kind geeft zelf aan wanneer het wil drinken. Voeden als het daarom vraagt, is dan ook het beste. Alleen als het kind overdag langer slaapt dan vijf uur, moet u het wekken voor een voeding. 's Nachts kunt u de baby rustig laten doorslapen. Een kind dat vraagt om een nachtvoeding, kunt u beter voeden. Dat komt ieders nachtrust ten goede.
Hoe lang u voedt is heel persoonlijk. U kunt beide borsten geven en dan bijvoorbeeld beginnen met tien minuten rechts en vijf minuten links.
De volgende voeding begint u dan links. De borsten gaan vanzelf meer produceren en als u iedere keer beide borsten geeft, blijft die productie mooi gelijkmatig op gang. Het voordeel is ook dat u na een voeding niet met een 'lege' en een volle borst blijft zitten.
Tip: Baby's hebben hun eigen karakter. Er zijn gulzige slokkers en rustige kinderen die kleine teugjes drinken. Neem dus vooral de tijd om te ontdekken hoe uw baby wil drinken. En geef de baby de kans om een boertje tussendoor te doen.
3.4 De voeding op peil houden
Na een aantal weken ontstaat er iets van een ritme en komt de baby op zekere tijden. Meestal duurt dit een week of zes, sommige baby's hebben wat langer nodig. Als uw kind opeens op een andere tijd komt, of een paar dagen om meer voedingen vraagt, kunt u hier gerust aan toegeven. Als de rust is weergekeerd, komt de regelmaat vanzelf weer terug. In zo'n geval kunt u de baby het best wat vaker aanleggen, zelf wat meer drinken en vooral wat meer rusten. Zo geeft u uw lichaam de kans om de productie aan te passen aan de 'vraag' van de baby. U kunt deze 'regeldagen' verwachten rond de tiende dag, met zes weken en met drie maanden.
Op warme dagen kan een kind meer dorst hebben. Een flesje gekookt, afgekoeld water mag u dan altijd geven. Flesjes met limonade of sap zijn echter slecht voor de tandjes (ook als die nog niet door zijn).
Tip: Het is niet verstandig om een baby aan te leggen als u het idee hebt dat het kind alleen aandacht wil. Voor u het weet zit u dan om de haverklap met uw kind aan de borst. Spelen en knuffelen zijn minder inspannende manieren om aandacht te geven.
3.5 Afkolven en de moedermelk bewaren
Buitenshuis werken en borstvoeding kunnen goed samen gaan. Een mogelijkheid is om de moedermelk af te kolven. De baby kan deze melk met een zuigfles drinken.
Als u de baby wilt wennen aan een flesje moedermelk, moet u niet te lang wachten. Een kind van tien weken dat geen speen gewend is, vindt die vreemde speen soms zo vies, dat het de fles weigert. En zeker als u er dan niet bent, zit een oppas met dat probleem.
Afkolven vraagt een beetje handigheid. U kunt de verloskundige of de verpleegkundige van het consultatiebureau vragen om het even voor te doen. Zij kunnen u ook vertellen waar u een borstpomp huurt.
Afgekolfde melk blijft in de koelkast 48 uur goed. Dan moet de melk wel bewaard worden in goed uitgekookte en afgesloten flessen. Klik voor meer informatie over flessen uitkoken.
3.6 Moedermelk veilig invriezen en opwarmen
Meng nooit restjes en vries de melk in als u deze langer dan 48 uur wilt bewaren. Hiervoor kunt u het beste plastic materiaal gebruiken dat is schoongemaakt met heet sop. Schrijf de datum op de verpakking en maak porties voor een voeding.
In het vriesvak van een drie sterren koelkast kunt u de melk maximaal drie weken bewaren. In een diepvriezer, bij een temperatuur van min 18 graden tot min 23 graden kunt u de melk drie maanden bewaren. Ontdooi de melk liefst langzaam onder in de koelkast of (als u haast heeft) onder een stromende kraan die u langzaam van koud naar handwarm draait.
Tip: Warm moedermelk heel zorgvuldig op en laat de temperatuur beslist niet boven de 40 graden komen. Klik voor meer informatie over flesvoeding verwarmen.
3.7 Verzorgingstips en veilig afbouwen
Goed aanleggen en een goede verzorging van de borsten kunnen problemen als borstontsteking en tepelkloofjes voorkomen. Een borstontsteking is pijnlijk en gaat gepaard met koorts. De huisarts kan medicijnen en eventueel bedrust voorschrijven. Juist nu is het belangrijk dat de baby de borst goed leegdrinkt of dat u nakolft. De ontsteking heeft verder geen invloed op de kwaliteit van de moedermelk.
Pijnlijke tepels voorkomt u door de baby op de juiste manier aan te leggen en de tepels droog te houden. Na een voeding kunt u ze het best even aan de lucht laten drogen. Daarna kunt u ze eventueel dun insmeren met ongeparfumeerde lanoline of Johannesolie. Dit vindt u bij de apotheek, drogist of reformzaak. Veel meer informatie over borstverzorging krijgt u op het consultatiebureau of via speciale hulplijnen.
Als u de borstvoeding wilt afbouwen, kunt u het best eerst een voeding laten vallen. Sla echter niet als eerste de ochtendvoeding over, want na de nachtrust zitten de borsten vaak erg vol. Als u merkt dat u een voeding 'kwijt' bent, kunt u de volgende gaan afbouwen. Een ochtendvoeding voor de gezelligheid kunt u net zolang volhouden als u wilt.
Het afbouwen van borstvoeding kan een week tot een maand vergen. Bij de één gaat het sneller dan bij de ander.
3.8 Verontreinigingen in de borstvoeding
Milieuverontreiniging zorgt ervoor dat we via de voeding giftige stoffen als Pcb's en dioxinen binnenkrijgen. Via de voeding van de moeder komen deze stoffen ook in de borstvoeding terecht. In Nederland houdt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne dit scherp in de gaten. Uit herhaalde metingen is gebleken dat de hoeveelheid giftige stoffen in moedermelk niet zo hoog is dat borstvoeding afgeraden moet worden.
Tip: Het is onverstandig om tijdens de periode dat u zelf voedt, streng te lijnen. De giftige stoffen liggen namelijk in vetweefsel opgeslagen. Als u veel vet verliest, komen de stoffen in de borstvoeding terecht. Met echt afvallen kunt u dus beter even wachten.
4. Uw eigen voeding
Zo net na een bevalling is goede voeding extra belangrijk. Ook als u geen borstvoeding geeft, moet uw lichaam toch herstellen van een zware inspanning. Als u zelf voedt, moet u wat meer eten en ook wat meer drinken dan normaal.
Een baby van acht weken drinkt gemiddeld bijna een liter moedermelk per dag. Hiervoor hebt u extra vocht en extra voedingsstoffen als eiwitten, ijzer en kalk nodig. Nu drinken Nederlandse moeders soms meer dan een liter melk of karnemelk omdat ze denken dat dit goed is voor de borstvoeding. Maar ook als u volledig voedt, hebt u voldoende aan een halve liter melk, karnemelk of yoghurt per dag. Als u erg veel melkproducten drinkt, is er een risico dat u te weinig trek hebt in de rest van de maaltijden en uw voeding onevenwichtig wordt.
Waar u in deze periode heel voorzichtig mee moet zijn is alcohol. De baby drinkt namelijk mee. Datzelfde geldt voor medicijnen. Het is nu onverantwoord om op eigen houtje iets te slikken. Vertel een arts ook altijd dat u borstvoeding geeft. Deze kan daar dan rekening mee houden.
4.1 Onmisbare voedingsstoffen
Vetten en koolhydraten leveren energie, de 'brandstof' voor het lichaam. Tijdens een zwangerschap legt het lichaam een reservevoorraad vet van twee tot vier kilo aan. Deze reserve wordt tijdens het voeden opgebruikt en verdwijnt zo vanzelf. Echt lijnen is nu niet verstandig maar onnodige tussendoortjes kunt u rustig laten staan. De eiwitten in de voeding zijn nodig voor de opbouw en het onderhoud van weefsels. Mineralen en vitamines hebben een opbouw- en regelfunctie. Zo is kalk noodzakelijk voor de opbouw van ons skelet en gebit en is ijzer betrokken bij de aanmaak van bloed. Vitamine C bevordert de opname van ijzer uit voeding. Daarom is het verstandig om bij iedere maaltijd een stukje fruit of een glaasje sap te gebruiken. Voedingsvezel en water zijn nodig voor een goede stoelgang en het 'transport' van stoffen. Tijdens de periode dat u borstvoeding geeft, heeft u wat meer ijzer, kalk en vitamine C en D nodig. Omdat niet alle vitamine D die u nu nodig hebt uit de voeding gehaald kan worden, moet u deze periode wat vitamine D bijslikken.
Eiwitrijke producten zijn brood, peulvruchten, melk en melkproducten, kaas, vlees, vis, kip en ei. IJzerrijke producten zijn vlees, volkorenbrood, grove graanproducten (havermout, brinta, muesli), aardappelen en peulvruchten, groente, en ei. Volkorenproducten, groente en fruit bevatten ook ruim voedingsvezel. Vitamine C-bronnen zijn fruit en groente. Kalkrijke producten zijn melk en melkproducten, kaas en kwark.
Tip: Als u niet van melk houdt, zijn kaas en kwark goede vervangers. Twee plakjes kaas of 150 gram kwark bevatten net zoveel kalk als een glas melk. En halfvolle of magere melkproducten leveren net zoveel kalk als volle melkproducten.
4.2 Eten zonder vlees
Als u geen vlees gebruikt kunt u zich ook houden aan de algemene aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen en voor het vlees een vervanger kiezen.
Goede vleesvervangers zijn: tahoe, tempeh, eieren, graanproducten en noten(pasta). Zij bevatten behalve eiwit en B-vitamines ook voldoende ijzer. Dit laatste is erg belangrijk omdat vlees een goede bron van ijzer is.
IJzer uit plantaardige producten wordt minder goed door het lichaam opgenomen dan ijzer uit dierlijke producten. Omdat vitamine C de opname van ijzer bevordert kunt u het beste bij iedere maaltijd groente, fruit, sinaasappel- of grapefruitsap gebruiken.
Tip: Kaas is geen goede vervanger van vlees, omdat er nauwelijks ijzer in zit. Bovendien is kaas vrij vet, zodat bij een te groot kaasgebruik de voeding gemakkelijk te vet wordt.
4.3 Wat kunt u drinken als u voedt?
Normaal heeft het lichaam zo’n anderhalve liter vocht nodig, maar u kunt nu wel twee liter per dag gebruiken. Als u er een gewoonte van maakt om tijdens de maaltijden en tijdens het voeden wat te drinken, krijgt u vanzelf voldoende vocht binnen.
Per dag hebt u een halve liter melkproducten nodig. De rest kunt u aanvullen met thee, mineraalwater, vruchten- of groentesap. U kunt ook gerust koffie of een extra glas melk drinken.
Alleen kan te veel koffie invloed hebben op de baby. In koffie (en cola) zit cafeïne, een stof die oppept. Te veel cafeïne kan de baby onrustig maken.
Er is een reeks van huismiddeltjes die de borstvoeding zouden stimuleren. Donker bier, thee van anijszaad, venkel of karwij en andere kruidenthee voor zogende moeders. Wat het werkelijke effect is weet men niet precies. Als u een bepaalde kruidenthee graag drinkt is daar helemaal niets op tegen. En een enkel donker biertje kan ook geen kwaad. Te veel donker bier is niet aan te raden omdat hier toch alcohol in zit.
| Melk en melkproducten | 2-3 glazen (300-450 milliliter) |
| Kaas | 1-2 plakken (20-40 gram) |
| Vlees, vis, kip, ei of tahoe | 100 gram (75 gram gaar) |
| Vleeswaar | 1-2 plakken (15-30 gram) |
| Halvarine op brood | 5 gram per snee |
| Margarine voor de bereiding | 15 gram |
| Brood | 5-7 sneetjes (175-245 gram) |
| Aardappelen | 3-5 stuks (150-250 gram) |
| Groente | 3-4 groentelepels (150-200 gram) |
| Fruit | 2 vruchten (200 gram) |
| Vocht | 1.5 liter |
Tabel 1: Aanbevolen voeding per dag wanneer u geen borstvoeding geeft
| Melk en melkproducten | 3-4 glazen (450-600 milliliter) |
| Kaas | 1-2 plakken (20-40 gram) |
| Vlees, vis, kip, ei of tahoe | 110 gram (80 gram gaar) |
| Vleeswaar | 1-2 plakken (15-30 gram) |
| Halvarine op brood | 5 gram per snee |
| Margarine voor de bereiding | 15 gram |
| Brood | 6-7 sneetjes (210-245 gram) |
| Aardappelen | 4-5 stuks (200-250 gram) |
| Groente | 3-4 groentelepels (150-200 gram) |
| Fruit | 2 vruchten (200 gram) |
| Vocht | 2 liter |
Tabel 2: Aanbevolen voeding per dag bij borstvoeding
Aardappelen kunt u afwisselen met (zilvervlies)rijst, pasta of peulvruchten. Gebruik zoveel mogelijk de magere vleessoorten. Deze bevatten meer ijzer dan de vettere soorten.
Als u zich aan de aanbevolen hoeveelheden houdt, krijgt u voldoende binnen. Allerlei speciale producten 'voor aanstaande of zogende moeders' zijn dan ook volstrekt overbodig. U hebt echter wel wat extra vitamine D nodig. De verloskundige of uw arts kan dit voorschrijven.
4.4 Voeding waar de baby last van kan krijgen
Uw baby eet en drinkt mee en bepaalde producten die u eet, kunnen dan ook voor darmkrampen en/of diarree zorgen. Met te veel fruit of fruit dat erg laxeert, bijvoorbeeld druiven, sinaasappels, mandarijnen of pruimen, kunt u beter voorzichtig zijn. Maar van een enkel sinaasappeltje of een paar pruimen per dag zullen de meeste baby's heus geen last hebben.
Ook gasvormende groente als kool, broccoli, prei, spruitjes, koolraap en uien kunnen de baby wat buikkramp bezorgen. Dit geldt ook voor kruiden als sambal, knoflook en kerrie. Maar ook hierbij gaat het om de hoeveelheden. Van een uitje door de sla merkt de baby meestal niets. Van een scherpe rijsttafel waarschijnlijk wel.
Tip: Het enige dat de borstvoeding echt in gevaar kan brengen is te weinig rust houden, (veel) te weinig drinken en te weinig voeden.
5. Flesvoeding
Volledige zuigelingenvoeding is een goed alternatief als u uw baby geen borstvoeding kan of wil geven. Deze voedingen zijn uitgebalanceerd van samenstelling. U hoeft alleen wat fluoride bij te geven. Samen met de verloskundige of de (huis)arts kunt u een keuze maken en deze kan ook vertellen hoeveel voeding uw kind nodig heeft.
Het is wel belangrijk dat u zich aan het bereidingsvoorschrift houdt want een flessenkind kun je makkelijker 'overvoeren’ dan een borstkind.
Een kindje dat de fles krijgt, komt zeker niets te kort. En flesvoeding is heel makkelijk uit handen te geven waardoor de moeder wat minder gebonden is. En als er tijdens en na het flesje rustig met de baby gepraat en geknuffeld wordt, komt het kind ook emotioneel niets te kort. Een nadeel is dat flesvoeding duurder is dan borstvoeding en zorgvuldig klaargemaakt moet worden. Restjes of flesjes die niet goed schoon zijn, kunnen de baby maag-darmklachten bezorgen.
Tip: Er zijn meerdere soorten volledige zuigelingenvoedingen. De meeste voeding koopt u in poedervorm, deze moet worden aangelengd met gekookt, warm water. Er zijn ook kant-en- klaar zuigelingenvoedingen. Wat voedingswaarde betreft is er geen verschil tussen deze twee.
5.1 Onvolwaardige flesvoeding
Jaren terug waren moeders die hun kind niet konden voeden, aangewezen op andere moeders die moedermelk wilden afstaan. Als het niet lukte om hulp te krijgen, werd de baby gevoed met koemelk of geitenmelk aangelengd met water, wat suiker en soms een bindmiddel. Deze noodgreep uit het verleden duikt nu soms weer op.
Het grootste nadeel van een koemelk-en-watermengsel is, dat dit niet alle voedingsstoffen biedt die een baby nodig heeft. Een kind krijgt onvoldoende vitamines en mineralen binnen en heeft dan ook al snel bijvoeding nodig.
Zelf voeding maken van koe- of geitenmelk is dus niet aan te raden.
Tip: Als u principiële bezwaren hebt tegen kant-en-klaar babyvoeding, kunt u veel beter blijven proberen de baby de borst te geven. Als dat niet lukt, kan men u op het consultatiebureau verder adviseren.
5.2 Een plezierige houding
Ook als u flesjes geeft, kunt u zelf uitmaken welke houding u het prettigst vindt. Het belangrijkste is dat u of iemand anders er rustig de tijd voor neemt. Als u de baby halfzittend op de arm houdt, gaat het drinken makkelijk en kan er tussendoor ook makkelijk een boertje ontsnappen. Houd de fles wel zo, dat de speen gevuld blijft want anders zuigt de baby te veel lucht mee.
Op een gegeven moment zal uw kind de fles gaan vastpakken. Leg een wat ouder kind echter nooit met een fles in de kinderwagen of in bed. Dat is gevaarlijk omdat het zich nu kan verslikken zonder dat u het merkt. En ook een baby die al heel goed zelf de fles kan vasthouden, vindt het gezelliger op schoot.
Een flesje is vaak sneller leeg dan een borst. Als u het idee hebt dat uw kindje wat langer wil zuigen, kunt u het gerust een speen geven.
5.3 Hoe vaak moet u voeden?
Zuigelingen geven zelf aan wanneer ze willen drinken. Het vinden van een ritme vraagt minstens zes weken.
De hoeveelheid bepaalt u in overleg met de (consultatiebureau)arts. Erg veel drukte, of iets als een vaccinatie of verkoudheid, kunnen de regelmaat goed in de war schoppen. Als uw baby duidelijk om meer voeding vraagt, kunt u die gerust geven. Hou dan wel de voorgeschreven dosering aan en doe geen extra schepjes in de fles.
U kunt ook rustig wat in de fles laten staan als u merkt dat het kind niet meer wil. Als uw kindje de fles echter nooit leeg drinkt, kunt u dit beter bepraten met de arts.
Tip: Op warme dagen kan een kind meer dorst hebben en een flesje gekookt water mag u altijd geven. Flesjes met sap of limonade zijn echter niet alleen slecht voor het gebit maar ook slecht voor de eetlust. Heel wat peuters krijgen zoveel sap in een flesje dat ze de maaltijden niet meer lusten.
5.4 Flesvoeding bereiden
Het is verstandig om voor een voeding uw handen grondig te wassen met water en zeep. Droog ze daarna liefst met keukenpapier. U kunt hier niet zorgvuldig genoeg mee zijn. Vul de fles en draai vervolgens de dop dicht zonder het bovenste stukje van de speen aan te raken.
Vloeibare voedingen hoeft u alleen maar over te gieten in de fles. Bewaar daarna de aangebroken verpakking in de koelkast en maak deze binnen 24 uur op.
Poedervoedingen maakt u aan met water dat u zo’n drie minuten hebt laten koken en wat hebt laten afkoelen. U kunt hier gewoon leidingwater voor gebruiken. Water uit een put is minder geschikt vanwege de verontreinigingen.
Tip: Het is handig om de poedervoedingen voor een dag in één keer te maken. Strooi het voorgeschreven aantal schepjes in een schone kan en giet de nodige hoeveelheid gekookt water erbij. Roer de voeding met een garde en zet de kan afgedekt in de koelkast. Maak deze klaargemaakte voeding wel binnen 24 uur op.
5.5 Flessen en spenen
Een fles moet wijd zijn, een goed leesbare maatverdeling hebben, uitgekookt kunnen worden en makkelijk schoon te maken zijn. De huidige kunststofflessen zijn veilig en kunnen goed worden uitgekookt. Een fles moet hooguit 200-250 ml kunnen bevatten en de speen moet stevig en vooral goed van lengte zijn. Want als de speen te kort is, moet de baby te hard zuigen. En als de speen te lang is, kan het kind gaan kokhalzen. Bij de meeste spenen kunt u de grootte van het gat regelen. Welke stand u gebruikt is afhankelijk van de leeftijd en de zuigkracht van de baby. Koop de eerste keer dus niet zes spenen tegelijk. Spenen moeten liefst iedere zes weken vervangen worden en het kan zijn dat de baby dan een ander type speen prettiger vindt.
Tip: Neem als u voor het eerst flessen en spenen uitzoekt, de tijd om het aanbod te bekijken. Er is veel keus en er zijn geen onveilige flessen of spenen op de markt. U kunt dus gerust prijzen vergelijken.
5.6 Flessen uitkoken
U hebt minstens twee flessen en twee spenen nodig. U kunt natuurlijk ook net zoveel flessen als voedingen aanschaffen, net wat u wilt.
De flessen moeten eenmaal per dag worden uitgekookt. Zo worden ook onzichtbare restjes verwijderd. Tussendoor moeten de flessen na een voeding worden omgespoeld met koud water. Daarna kunt u ze schoonmaken met heet water en een speciale flessenrager.
De flessen kunt u vijf minuten uitkoken. Dompel ze met een houten lepel onder in een pan kokend water. De doppen en spenen kookt u de laatste twee minuten mee.
Tip: Spoel de flessen en spenen na met schoon water en droog ze niet. Daarna kunt a ze bijvoorbeeld bewaren in een schoon, gestreken sloop. U moet ze dus niet vol water wegzetten.
5.7 Flesvoeding verwarmen
De ideale temperatuur is 37 graden. U kunt een flesje een paar minuten in een pannetje heet water zetten of een flessenwarmer of de magnetron gebruiken. Zet de fles zonder dop of speen in de magnetron en verwarm de inhoud op de hoogste stand. Reken bij een vermogen van 700 Watt 30 seconden per 100 ml (de inhoud mag niet koken). Laat de fles dan even staan en schud hem vervolgens. Zo wordt de warmte verdeeld.
Controleer de temperatuur daarna door een druppel voeding op de binnenkant van uw pols te laten vallen. Voelt de druppel prettig warm aan, dan is de fles goed. ls de fles te warm, dan kunt u deze even onder de stromende, koude kraan houden.
Als een kind wat langer over de fles doet, kunt u die fles tussendoor heel even onder de warme kraan houden.
Tip: Restjes babyvoeding kunt u beter niet bewaren en weer opwarmen. Melkproducten bederven namelijk heel makkelijk.
6. Van bijvoeding naar voeding
Als een kind een maand of zes is, krijgt het echt behoefte aan vast voedsel. Het raakt nu ook geïnteresseerd in wat u eet of drinkt.
Een baby gaat smakgeluidjes maken en het mondje opensperren en maakt zo duidelijk: 'ik wil ook wat'. En als een baby het mondje beslist dichthoudt of het eten terug spuugt is de boodschap net zo duidelijk.
Het is in deze periode heel verleidelijk om een kleintje mee te laten snoepen. IJs, slagroom of chocolademelk worden meestal enthousiast begroet.
En een kind van een maand of tien weet meestal precies waar de koekjes staan. Maar al dat lekkers vult de maag en veel peuters worden lastige eters om dat ze te veel tussendoor krijgen. Tegen etenstijd hebben ze domweg geen trek meer.
Tip: In deze periode warden smaak en voedingsgewoonten gevormd. Bepaal daarom het menu van uw kind in overleg met deskundigen van het consultatiebureau en geef zo min mogelijk tussendoor.
6.1 Het fruithapje
Fruit levert vitamine C en voedingsvezel. U kunt beginnen met een paar lepeltjes vruchtensap of -moes en kijken hoe de baby daarop reageert. U kunt het best kiezen voor een zachte fruitsoort. Appelsap bevat geen vitamine C en veroorzaakt soms diarree. Sinaasappelsap zorgt soms ook voor darmkrampen en dunne luiers. Mandarijnen, kiwi, aardbeien, peer, banaan en abrikoos worden vaak goed verdragen. Ook ongezouten tomatensap gaat er meestal probleemloos in.
In Nederland krijgen veel baby’s een fruithapje van banaan met sinaasappelsap. Dit is niet zo'n goede combinatie omdat stoffen uit de banaan de vitamine C uit de sinaasappel verminderen. Geef dit dus niet te vaak. Gebruik voor het fruithapje ook liever vers fruit. Vitamine C-siropen bevatten erg veel suiker.
Tip: Met een keukenmachine, staafmixer of rasp kunt u zachte fruitsoorten tot moes of sap malen. Gebruik de eerste tijd een plat, plastic lepeltje waar de baby het sap of de moes af kan sabbelen.
6.2 Het groentehapje
Groente levert vitamine C, ijzer en voedingsvezel. U kunt het best beginnen met zachte, nitraatarme groente als worteltjes, sperziebonen, bloemkool, ontvelde tomaat, broccoli, erwtjes, peultjes en lof. Geleidelijk kunt u dit aanbod uitbreiden.
Nitraat is een op zich onschuldige stof die van nature in groente voorkomt. Sommige groenten hebben een hoger nitraatgehalte dan andere.
Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld tijdens het bewaren en opwarmen) wordt nitraat omgezet in nitriet. Nitriet kan bij jonge baby’s ademhalingsproblemen veroorzaken. Een jonge baby (tot zes maanden) moet u geen nitraatrijke groente geven zoals: andijvie, bleekselderij, Chinese kool, koolrabi, paksoi, postelein, raapstelen, rode biet, alle soorten sla, spinazie, spitskool en venkel. Een baby ouder dan zes maanden kunt u hooguit twee maal per week een nitraatrijke groentesoort geven.
Nitrietvorming kunt u verder voorkomen door: Vooral verse, niet verlepte groente te gebruiken en groente niet langer dan twee of drie dagen te bewaren. Verwijder ook alle verlepte bladen en was de groente voor het koken meerdere malen in koud water. Na het koken van bladgroente bevat het kooknat ook nitraat. Gebruik dit kooknat dus liever niet voor de soep of een saus.
En gooi restjes groente altijd weg. Tijdens het bewaren en opwarmen kan nitriet worden gevormd.
Tip: In de winter kunt u beter geen verse spinazie of raapstelen geven. Deze groenten hebben dan een extra hoog nitraatgehalte. En gasvormende groenten als prei, ui, koolsoorten en rauwkost zijn niet geschikt voor baby's.
6.3 Groentebereiding
Als u de groente 15 tot 20 minuten kookt is deze gaar genoeg. Kook groente voor d e baby altijd zonder zout. Als u zelf wel zout wilt gebruiken, kunt u de portie van d e baby verpakt in aluminiumfolie meekoken. U kunt ook gerust diepvriesgroente gebruiken. Blikgroente is minder geschikt want daar wordt vaak zout aan toegevoegd. Tot een maand of zes moet u de groente fijnmalen. Daarna kunt u de groente fijnprakken. Als het te droog wordt, kunt u wat water toevoegen.
Er is niets tegen babyvoeding in potjes. Deze voeding is zonder meer va n goede kwaliteit. Kant en klaar voeding is alleen duurder en vaak erg fijngemaakt. Dit stimuleert het kauwen niet echt.
6.4 De eerste maaltijd
Als een kind een maand of zes is, kan het geleidelijk kennismaken met fruit en een warme maaltijd. Als het kind al een fruit- en groentehapje krijgt, kan dit nu worden aangevuld tot een maaltijd die bestaat uit groente, wat gepureerd vlees en een geprakt aardappeltje. Wat witte rijst of gezeefde bruine bonen mag ook. Deze maaltijd komt in de plaats van een borst- of flesvoeding.
Tip: Wen uw kind echter niet aan maaltijden waaraan zout of suiker is toegevoegd.
6.5 Papvoeding
Vanaf zes maanden mag nog een borst- of flesvoeding worden vervangen door papvoeding. Deze wordt gemaakt van bindmiddel en 'opvolgmelk'.
Tot zeven maanden kunt u de pap het beste maken van licht verteerbare bindmiddelen als rijstebloem (kindermeel), maizena of aardappelmeel. Producten van tarwe, haver, rogge en gerst kunt u beter nog even mijden. Deze bevatten 'gluten', een graaneiwit waar een baby gevoelig voor kan zijn.
6.6 Graanproducten
Vanaf zeven maanden kunt u beginnen met producten die wel gluten bevatten zoals beschuit, crackers, kinderbiscuits en soepstengels.
De baby mag nu wat blokjes wittebrood, een stukje rijstwafel of een broodkorst om op te kauwen. Want rond deze tijd komen de eerste tandjes veelal door. Als dit allemaal probleemloos gaat, kunt u langzamerhand ook producten geven die wat meer voedingsvezel bevatten zoals licht bruinbrood, gezeefde havermoutpap en baby ontbijtgranen.
Met volkorenproducten zoals grof brood, havermout en iets als brinta moet u wachten tot het kind ongeveer een jaar is. Het maag-darmstelsel van een baby kan deze producten nog niet goed verteren.
6.7 Melkproducten
Voor baby's die de fles krijgen is vanaf zes maanden tot ongeveer een jaar 'opvolgmelk' de beste melkbron. Als u borstvoeding geeft, en deze wilt afbouwen kunt u overgaan op opvolgmelk. Dit product bevat de juiste hoeveelheden eiwitten, ijzer en vet. Als een kind een halve liter opvolgmelk per dag krijgt, heeft het geen extra vitamine D nodig. Dit zit al in de melk.
Naast de opvolgmelk mag de baby dan gerust nog een klein kommetje (volle) yoghurt of vla. Jonge kinderen hebben in vergelijking met volwassenen meer vet nodig en daarom kunt u ze beter volle zuivelproducten geven.
Tip: Vla en yoghurtdranken en andere kanten- klare melkproducten zijn in verhouding erg zoet. U kunt ze eens een keer gebruiken maar er beter geen dagelijkse gewoonte van maken. Kinderen wennen makkelijk aan zoetigheid en suiker is schadelijk voor het gebit. Daarom kunt u aan de pap ook beter geen suiker toevoegen.
Tip: Te veel melk of sapjes tussendoor remmen de eetlust. En het veelvuldig sabbelen aan een flesje melk of sap is heel slecht voor de tanden. Ook als die nog niet zijn doorgekomen. Geef uw kind gewoon wat water als het dorst heeft.
6.8 De introductie van vlees of kaas
U kunt als de baby zes of zeven maanden oud is beginnen met een halve tot een hele eetlepel gemalen vlees, kip of vis. Af en toe een half eitje mag nu ook. Al deze producten leveren eiwit, ijzer en wat vet.
Als u uw kind geen vlees wilt geven, kunt u op het consultatiebureau terecht voor een verantwoord vegetarisch babymenu.
Jonge kaas, smeerkaas, cottage cheese, kwark en leverpastei zijn prima broodbeleg. Let alleen dan wel op de totale hoeveelheden die een kleintje per dag mag hebben. Erg veel kaas- of vleesproducten op brood zorgen voor meer eiwitten dan nodig is. Geef daarom ook liever een soepstengel of broodkorst tussendoor dan stukjes worst of kaas.
6.9 De bereiding van vlees
Geef in het begin gekookte (magere) vleessoorten, vis of kip. Deze kunt u zonder zout of kruiden verpakken in een stukje aluminiumfolie en meekoken met de aardappels of de groente. Eén of twee keer per week kunt u dit afwisselen met een half eitje. In het begin moet het vlees echt fijngemalen worden. Als het kind wat ouder wordt, kunt u het vlees gewoon fijnsnijden. Orgaanvlees zoals lever en niertjes kunt u beter mijden. Deze vleessoorten bevatten nogal wat verontreinigingen.
Tip: Fijngemaakt vlees, kip of vis kunt u uitstekend invriezen. Speciaal gekookte groente of fruithapjes voor de baby ook. Koel de producten dan snel af en verdeel ze in kleine porties over een ijsblokkenbakje. Verpak dit bakje in plastic en vries het snel in in de diepvriezer of het diepvriesgedeelte van de koelkast. Zet hiervoor de thermostaat wel op 'invriezen'. De blokjes kunt u later in de magnetron, of in een pannetje met een bodempje water opwarmen. Bewaar het ingevroren voedsel echter niet langer dan drie maanden bij een temperatuur van min 18 graden of lager.
7. Veel voorkomende maag-darmproblemen
Net als volwassenen hebben ook baby's hun dag weleens niet. Een beetje verkouden, een beetje buikpijn, een beetje hangerig. Iedere ouder kent dat wel. Dergelijke onschuldige klachten gaan vaak vanzelf over als u de juiste maatregelen neemt. Klachten die ondanks maatregelen niet overgaan, zijn niet meer onschuldig en moet u bespreken met een arts.
-
Verstopping: Als een kind opeens harde ontlasting heeft en minder poepluiers maakt, kan het last hebben van verstopping. Dat kan komen door te weinig vocht of te veel transpireren, bijvoorbeeld omdat het erg warm is of omdat de verwarming te hoog staat. Te weinig of verkeerd samengestelde voeding kan ook een rol spelen. Houdt u daarom nu precies aan het voedingsvoorschrift en probeer het kind tussendoor wat meer vocht (gewoon water of mineraalwater zonder koolzuur) te geven. Dit is altijd zinnig als het erg warm is.
Als uw kindje harde ontlasting houdt, veel buikpijn heeft en slechter gaat eten, stap dan naar uw arts of het consultatiebureau.
-
Buikkramp: Alle baby's hebben wel eens last van buikkrampen. Een baby rustig laten eten en goed laten boeren is dan het enige dat helpt.
Bij iets oudere baby's kan het verschillende oorzaken hebben. Bij borstkinderen is dit soms een reactie op iets scherps dat de moeder heeft gegeten (klik voor voeding waar de baby last van kan krijgen). Een flessenkind kan kramp krijgen omdat het veel te snel drinkt. U kunt dan de speen kleiner draaien en meer rustpauzes inbouwen. Als een flessenkind vanaf het begin veel buikkramp heeft, kan het zinnig zijn om (in overleg met het consultatiebureau) een andere voeding te proberen.
Kinderen reageren ook vaak op de eerste bijvoedingen met een beetje buikkramp. Als uw baby met buikpijn reageert, kunt u het bijvoeden misschien nog even uitstellen. En als het kind bijvoorbeeld wel goed reageert op worteltjes, maar kramp krijgt van boontjes, kunt u met de boontjes gewoon nog een tijdje wachten.
-
Darmkolieken: Deze geven een felle, stekende buikpijn. Het buikje voelt ook echt hard en gespannen. En het kind huilt niet alleen ontroostbaar, maar probeert ook de pijn te verlichten door de beentjes op te trekken of juist krampachtig te strekken. U kunt de pijn wat verlichten door de baby rechtop te houden of op de buik te leggen. U kunt het kind ook over uw benen leggen en dan zachtjes over het ruggetje aaien. Op deze manier kan het de ontlasting of een windje beter kwijt. Felle buikpijn kan veroorzaakt worden door opwinding en boosheid, maar ook door te veel of door verkeerde voeding. Als de darmkolieken vaak voorkomen, kunt u daar beter met de (consultatiebureau)arts over praten.
-
Diarree: kan een reactie zijn op een verkoudheid, op een inenting of op iets in de voeding. Veel kleintjes maken als ze tanden krijgen heel vieze en dunne ontlasting omdat het abnormale kwijlen ook hun maag-darmstelsel van slag brengt. Als de baby diarree heeft, koortsig is en slecht drinkt (of alles weer uitspuugt) moet u een arts waarschuwen. Bij diarree hebben kinderen niet zozeer voeding, maar wel vocht nodig. Blijf dus proberen of u er (gekookt) water in krijgt, want kleintjes kunnen snel uitdrogen.
Enige diarree bij een baby die verder goed tierig is kan liggen aan te veel borstvoeding of laxerende voeding van de moeder. Klik voor meer informatie over de voeding van de moeder.
Een foute dosering van de hoeveelheid flesvoeding of een niet helemaal schone fles kan ook diarree veroorzaken. Als de dosering dan wordt aangepast, zal de diarree verdwijnen. Als een kind echt reageert op bestanddelen van de flesvoeding, zal de diarree niet overgaan maar iedere keer weer de kop opsteken. U moet dan met de arts overleggen.
-
Braken: Een beetje voeding teruggeven is heel normaal. Uw kind heeft dan net wat te gulzig gedronken of moet nog een boertje kwijt. Je hebt kinderen die altijd net iets te veel drinken en dan na het voeden, als ze op hun buik liggen te spelen, nog een forse slok terugspugen. Dit geeft niet en het gaat meestal vanzelf over als het kind vaste voeding krijgt. Het kind braakt pas als het een voeding (bijna) helemaal weer teruggeeft. Heel driftige kindjes doen dit soms nadat ze zich enorm hebben opgewonden. U kunt het kind dan kalmeren en het opnieuw proberen. Als een kindje echt niets binnenhoudt, moet u snel een arts waarschuwen.
7.1 Voedselallergie
Allergie betekent 'anders werken'. Het lichaam reageert dan op heel gewone stoffen in de voeding of de omgeving alsof het ziektekiemen zijn. Bij een voedselallergie kunt u alle klachten die net beschreven zijn tegenkomen. Bij kinderen uit gezinnen waarin allergische klachten als astma, eczeem, hooikoorts of voedselallergie voorkomen, is er dan zeker reden om argwanend te zijn.
Allergische baby's die niet goed begeleid worden zijn vaak baby's die vanaf de geboorte, of vanaf het moment dat ze iets anders krijgen dan de borst, 'kwakkelen'. Ze blijven verkouden, ze ademen niet vrij, de huid geeft problemen, ze huilen extreem veel en groeien onvoldoende.
Bij een baby die zonder duidelijke oorzaak altijd maar kwakkelt moet gekeken worden of er sprake is van voedselallergie. En dat geldt zeker voor de baby die het goed deed op borstvoeding, maar klachten heeft sinds er een flesje of bijvoeding wordt gegeven.
Als een voedselallergie onterecht wordt 'ontdekt' en een kind lukraak op dieet wordt gezet, ontstaan er ook problemen. Ga daarom nooit zelf dokteren maar schakel deskundige hulp in.
Tip: Tekenen die op een voedselallergie kunnen wijzen zijn: diarree of braken, felle buikpijnen, ontroostbare huilbuien, babyeczeem (dauwworm), blijvende verkoudheden.
7.2 Voorkomen is beter dan genezen
De aanleg voor allergie is erfelijk. Mensen uit allergische gezinnen kunnen daar rekening mee houden. Het voorkomen of beperken van klachten bij jonge kinderen bestaat uit
-
een voorzichtige opbouw van de voeding
-
een zachte huidverzorging
-
een schone (rookvrije) leefomgeving
Een risicokindje kan het best zes maanden volledig borstvoeding krijgen. In deze periode moet de moeder (heel) voorzichtig zijn met producten zoals zuivel, vis, ei, noten en citrusvruchten. Het kind kan hier (via de borstvoeding) last van krijgen.
Vanaf de zesde maand kan de baby dan aangepaste bijvoeding krijgen. Nieuwe producten worden stap voor stap gegeven en na ieder product wordt een aantal dagen gewacht om te kijken of er een reactie volgt. Producten die problemen kunnen geven (bijvoorbeeld koemelk) worden het eerste jaar niet gegeven.
Tip: Allergie-onderzoek en het uitknobbelen welke voeding en verzorgingsproducten een kindje goed verdraagt, zijn vakwerk. Op eigen loontje de diagnose 'voedselallergie' stellen is onverantwoord. Via uw arts of de arts van het consultatiebureau kunt u uw baby goed laten onderzoeken. Vertel de arts dat er allergische klachten in uw familie voorkomen. Als er sprake is van voedselallergie, kan de diëtist een aangepast voedingsschema samenstellen waarbij uw kleintje niets te kort komt.
Op dit artikel rust copyright. Geschreven door Informatie24.nl.